Blog

Robotics in construction

In the news | Loek Jongen discusses the role of robotics in construction 🏗️

In an interview with Link Magazine, our business developer explained:

‘Industrial robots make the world a better place and can help the construction sector a lot, for example by taking over unsafe or heavy work and speeding up housing construction. Robots don’t make mistakes. This way we avoid wasting time and materials. Thanks to robots, we can therefore work more efficiently, sustainably and safely.’

The full article is in Dutch:

“Robots zijn de toekomst. Daar bestaat absoluut geen twijfel over bij Martijn Dubbelman (ABB Robotics), Loek Jongen (Avular Building Imagination) en Paul Kok (IJssel Technologie). Jongen, die bij het Eindhovense Avular verantwoordelijk is voor strategy & business development, geeft graag een aantal voorbeelden: ‘Industriële robots maken de wereld mooier en kunnen de bouwsector erg helpen, bijvoorbeeld door onveilig of zwaar werk over te nemen en de huizenbouw te versnellen. Robots maken geen fouten. Daarmee voorkomen we verspilling van tijd en materiaal. Dankzij robots kunnen we dus efficiënter, duurzamer en veiliger werken. Vaak hoor je: robots pikken banen in. Dat is niet zo, want specifieke taken blijven altijd vakmanschap.’

‘Er moet leiderschap getoond worden’

Loek Jongen (Avular): ‘Hoe meer er prefab gemaakt wordt, hoe beter robots kunnen worden ingezet.’ Foto: Avular

Wie investeert?
Twee uitdagingen vertragen de robotisering. De eerste vergt een antwoord op de vraag wie er investeert in de ontwikkeling, zegt Jongen. ‘Bij een beurs in de RAI stonden zo’n tien bedrijven die lijnmarkeringen aanbrengen op wegen. Toen ik polste hoe we daar kunnen robotiseren, zei een machinebouwer: “Mijn klant moet er om vragen.” En de aannemer zegt: “Pas als je een werkende oplossing hebt, ben ik geïnteresseerd.” Dus wie durft de stap te zetten om te investeren? Aannemers werken op projectbasis, ze moeten hun projecten exact uitrekenen en kunnen nooit de ontwikkeling van zo’n robot wegschrijven.’ Het klassieke kip-eiprobleem. Als de oplossing er is, dan willen we wel, maar anders wachten we tot iemand anders de oplossing levert. Ook Dubbelman, sales engineer bij ABB Robotics, ziet dat. ‘Het probleem is dat investeringen niet goed terug te rekenen zijn. Wat is je ROI? Vroeger keek je hoeveel mensen er voor je werkten, wat de kosten waren en hoe je dat kon terugverdienen in zo’n 2,5 jaar. Maar de opdracht om voor 2030 1 miljoen huizen te bouwen? Die ROI is niet op de ouderwetse manier te calculeren, vooral ook omdat de mensen – de handjes – voor dit werk er gewoon niet zijn.’

Angst voor concurrenten
De tweede uitdaging bij robotisering zit in de gebrekkige ketenintegratie in de bouwsector. ‘In de bouw werken partijen vaak niet écht samen’, ziet Kok. Hij is commercieel directeur bij IJssel, dat onder meer productielijnen en fabrieksinrichtingen realiseert waar automatisering en robotisering aan te pas komen. In het beproefde IJssel-model van het bedrijf begint alles met standaardiseren, om vervolgens ruimte te hebben voor verbeteren en innoveren. Maar, zegt Kok, de meeste beperkingen zitten in de leiderschapscirkel om die drie stappen heen. En dat is volgens hem ook precies waarom grote innovaties in de bouw ingewikkeld zijn. ‘Angst voor concurrentie is vaak de spelbreker: angst om dingen uit handen te geven, zoals je bouwtekening, je exacte prijs of werkwijze, om toegevoegde waarde te verliezen. Maar als we echt vaart willen maken en de krapte op de arbeidsmarkt en de grote woningnood het hoofd willen bieden, moet er leiderschap getoond worden.’ In dit geval betekent leiderschap volgens Kok visie en echte wil om samen te werken. ‘Zonder dat wordt het ingewikkeld. En daar ligt vooralsnog een grote gemiste kans.’ Dubbelman beaamt dat: ‘We moeten de hele keten meenemen. Dus de architect, ingenieur, aannemer en toeleveranciers. Als ook zij robotisering omarmen en bereid zijn hun werkwijze hierop aan te passen, gaan we echt meters maken.’

Pleidooi voor prefab
Dubbelman ziet tegelijkertijd dat ‘we al best goed op dreef zijn in automatisering’. En dat is volgens hem ook hard nodig voor het oplossen van de woningnood, net als prefab produceren. Op dat vlak mag de bouwsector zich er meer van bewust worden dat gebruikerswensen veranderen, vindt hij. ‘We moeten af van het idee dat iedere steen door een vakman gelegd wordt. De nieuwe generatie huizengebruikers is gewend om swipend een auto te kopen, een proefrit vooraf is misschien niet eens meer nodig. Zij vinden het prima dat onderdelen prefab zijn gefabriceerd. Natuurlijk zal er ook altijd nog een high endwoningwens blijven en dus klantspecifiek gebouwd worden. Maar automatiseren en prefab is dé oplossing voor het gros van de woningnood.’ Geen duur, tijdrovend hand- en maatwerk meer dus. Dat betekent echter niet dat iedereen in eenzelfde huis komt te wonen, voegt Dubbelman toe. ‘Er is volop keuzevrijheid in kleur en vorm dankzij parametrische ontwerpmethoden, zoals ook de automotive-industrie die toepast.’ Standaardisatie hoeft geen eenheidsworst op te leveren, weet ook Kok. ‘Als je respect hebt voor ieders expertise en vasthoudt aan het gemeenschappelijke doel van ketenintegratie, kun je veel bedrijven zelfs beter in hun kracht zetten.’ “